Het ging niet. Het lukte niet. Ik sliep slecht.
Dat was nog wel het meest frustrerende, want ik weet als geen ander wat belangrijk is om goed te slapen. Ik probeerde alles. Maar mijn nachten bleven kort, drie tot vijf uur, nacht na nacht.
En dat was niet zonder gevolgen. Ik werd negatief, geïrriteerd, emotioneel. Soms was een goedemorgen al genoeg om de tranen te laten komen. Bij alles wat ik deed dacht ik, waarom doe ik dit eigenlijk. Het ironische was dat ik wíst hoe slecht zo weinig slaap voor je is. En juist dat besef maakte me alleen maar gefrustreerder.
Ik weet waarom dit gebeurde. Het was nodig. Mijn lichaam probeerde me wakker te schudden.
Er gebeurde in die periode zó veel tegelijk. Privé, werk. Obstakels, groeipijn, lastige keuzes, allemaal tegelijk. Ik werd geleefd. Overdag was er geen ruimte, dus deed mijn hoofd dat ’s nachts.
Ik begon te reflecteren, sprak uit wat me dwars zat, pakte aan waar ik invloed op had. Mentaal werd het rustiger, maar mijn slaap niet. Tot mijn lichaam het overnam.
Ik werd ziek. Koorts, hoofdpijn, hoesten, uitgeput. Mijn immuunsysteem lag plat. Dat verbaasde me eigenlijk niet, mijn lichaam herstelde simpelweg niet meer.
Dat was de ommezwaai. Ik móést stoppen. Niksen. Herstellen. Luisteren. En dat was mentaal misschien wel het zwaarst. Geen afleiding, geen sport, geen leuke dingen. Alleen ik en alles wat er in mijn hoofd speelde.
Eerst werd het zwaarder En toen, langzaam, werd het steeds weer een stukje beter.
Ik slaap weer zoals ik gewend ben. En ben heb weer een mooie les geleerd. Het was blijkbaar nodig om verder te kunnen groeien.
Waarom ik dit deel? Omdat ik vaak hoor dat het zo goed gaat, dat alles zo makkelijk lijkt, dat mijn positiviteit zo fijn is. Maar dat is niet vanzelfsprekend. Die is gebouwd. Juist in die zware periodes.
A still sea never made a skilled sailor.